Columns
4 april 2026

Column over Circuspunt Keurmerk: kuddegedrag of kans? De circuswereld staat op een kruispunt

Door 2 min leestijd • 4 april 2026

De afgelopen weken sprak Circusweb met drie totaal verschillende stemmen uit het Nederlandse circusveld over het Circuspunt Keurmerk. Astrid Cats van Festival Circolo, producent Kevin van Geet en circusondernemer Sander Balk.

Drie interviews.
Drie perspectieven.
En één duidelijke conclusie: de circuswereld staat op een kruispunt.

Want laten we eerlijk zijn.
Een keurmerk is niet sexy.
Het is geen vliegende trapeze, geen dressuur met Friese hengsten en geen clown die een tent laat schateren van het lachen.
Een keurmerk klinkt als papierwerk. Regels. Procedures. Commissies.

En toch… kan het precies datgene zijn wat het circus nu nodig heeft.

De eeuwige reflex: “Wij doen het al goed”

Wat mij opvalt in gesprekken met circusondernemers is een typische reflex.
De reflex van het vakmanschap.
De reflex van generaties ervaring.
De reflex van: “Wij weten heus wel hoe het moet.”

En vaak is dat ook zo.

Maar de wereld om het circus heen verandert sneller dan het circus zelf.
Gemeenten worden kritischer.
Publiek verwacht transparantie.
Politiek kijkt scherper naar dierenwelzijn, duurzaamheid en arbeidsvoorwaarden.

In zo’n landschap kun je niet meer alleen leunen op traditie.
Dan moet je ook durven professionaliseren. Zichtbaar, aantoonbaar en gezamenlijk.

Het keurmerk als spiegel

Wat Kevin van Geet treffend zei, bleef bij mij hangen:
“Eigenlijk zegt het meer als je het niet hebt.”

Dat is een harde uitspraak.
Maar ergens zit daar een kern van waarheid in.

Niet omdat organisaties zonder keurmerk automatisch slecht zijn.
Integendeel.
Nederland kent prachtige circussen die al decennia kwalitatief werk leveren zonder stempel of certificaat.

Maar een keurmerk dwingt je wel om naar jezelf te kijken.
Naar je veiligheid.
Je administratie.
Je omgang met artiesten.
Je duurzaamheid.

En eerlijk is eerlijk: dat kan soms confronterend zijn.

Kritiek is gezond. Stilstand niet.

Sander Balk vertegenwoordigt in deze discussie een belangrijk geluid.
Zijn houding is kritisch, maar niet cynisch.
Hij wil meedoen, maar dan wel met scherpte.

En daar ben ik het volledig mee eens.

Een keurmerk dat te vrijblijvend is, wordt een sticker.
Een keurmerk dat te streng is, wordt een bureaucratische muur.
De kunst zit in de balans.

Want uiteindelijk draait het niet om het keurmerk zelf.
Het draait om wat we er samen mee dóen.

De uitglijder die iets blootlegde

Het interview met Astrid Cats liet iets anders zien.
Namelijk hoe gevoelig de verhoudingen in het circusveld nog altijd zijn.
Je ontdekt er meer over in het interview.

Maar… misschien was die uitglijder juist waardevol.
Omdat hij blootlegde dat we elkaar nog lang niet vanzelfsprekend begrijpen.

Het keurmerk kan — als we het goed gebruiken — juist een brug worden.
Geen scheidslijn.

De echte vraag

De vraag is dus niet:
Hebben we een keurmerk nodig?

De echte vraag is:
Willen we samen een sector zijn?

Want een sector die alleen maar individueel opereert, blijft versnipperd.
Een sector die elkaar wantrouwt, verliest kracht.
En een sector die niet zichtbaar professionaliseert, verliest invloed.

Het Circuspunt Keurmerk is geen wondermiddel.
Maar het kan wél een begin zijn.

Een begin van meer samenwerking.
Meer transparantie.
Meer trots op het vak.

En misschien — heel misschien — ook een stap richting een circuswereld die niet steeds hoeft te verdedigen waarom ze bestaansrecht heeft.

Maar die het simpelweg aantoont.