Columns
13 september 2026

‘Voorwaarts en niet vergeten’ | Column nummer 124

Door 3 min leestijd • 13 september 2026

Hoe populair is circus…

Sinds ruim een maand staat op YouTube een integrale voorstelling van het Wiener Circus uit het jaar des Heren – 1983 – online.

Het bekijken van deze show laat een aantal dingen zien.

Ten eerste hoe een relatief klein circus een voorstelling laat zien waar circussen vandaag de dag van zouden kwijlen het in hun tent te mogen vertonen.

Ten tweede waarom ik destijds circusliefhebber ben geworden.

Ik werd indertijd gegrepen door de combinatie van variété en dieren en was tevens verzot op de livemuziek met echte circusmelodieën. En dat wil ik dan weer aanvullen met het mooie (vaak achterhaalde) wagenpark om de tent.

Wagens die niet zoals nu de uitstraling hebben van DHL of de Hema, maar echte bont gekleurde en vaak met zeer aparte opbouw.

Hoe populair circus momenteel nog is, kan gemeten worden door de volgende vraag te stellen;

Stel, je organiseert een ruilbeurs voor Pokemon-plaatjes. Dan komen daar duizenden mensen op af, evenals een evenement voor oldtimers.

Organiseer je een dag voor circusfanaten? Dan mag je blij zijn als er vijfendertig komen.

Veel meer zitten er niet in Vogelenzang.

Laatst zag ik een bericht van – een door de Club van Circusvrienden – georganiseerde bijeenkomst bij Circus Salto waarbij ook een veiling van ingelijste foto’s werd gehouden. En daar waren er twintig.

En allemaal grijs haar. De jongste was de directeur himself.

Tegen elke twintig oudgedienden die overlijden, komt er slechts één jonge liefhebber bij.

Daar moet toch een reden voor zijn. Die reden ligt redelijk voor de hand. Circus valt niet meer op en biedt bovendien te weinig aspecten om er een échte fan van te worden.

Tachtig procent van de aantrekkingskracht bestond vroeger uit de dieren. Dat was op zich al een bezienswaardigheid.

Vier van die grote olifanten, een roofdierenwagen en een reeks paarden waren een trekpleister van jewelste en zorgden er bij de meeste circussen voor dat er gemiddeld vijf- a zeshonderd mensen in de tent zaten.

Met twee voorstellingen per dag was dat voldoende om mooie programma’s te presenteren.

Maar er is meer.

Ik werd ook verliefd op het circus vanwege de stoet wagens eromheen. En wat te denken van de bonte reclame met op de grote kruispunten vier of zes borden die je tegemoet schreeuwden.

Ik ken een filmpje waar kinderen bij Circus Mikkenie mochten meehelpen bij de opbouw en nu lopen er uitsluitend medewerkers in oranje hesjes. En de kinderen zitten thuis op hun GSM.

Er is gewoon nog weinig om warm voor te lopen.

“Het circus is in de stad… Kom we gaan naar de dieren kijken”; dat is voorbij. Lekker om het bonte spul heen lopen ook.

Het circus komt met drie of vier hoognodige transporten en verder wat lelijke witte caravans. Wat dat betreft zijn in Nederland de beide Renzen nog een beetje de moeite waard als het gaat om hoe het ooit was.

Een deel van de kinderen die vroeger rondom het circus hingen, werden fanatiek liefhebber en daar waren er dus enkele duizenden van in Nederland. Een deel daarvan liet het gezicht graag zien op circusmiddagen.

We moeten realistisch zijn.

We moeten mee met de tijd. Een tijd waarin geen grootste reclame meer neergezet wordt, geen dierentuin meer om het circus staat en geen kolossaal circus meer staat opgesteld.

De viermaster heeft plaats gemaakt voor de tweemaster en een reizend circus mag blij zijn met honderdvijftig bezoekers per show en doen er bovendien nog maar vier per week in plaats van zeven dagen twee maal daags.

Een uitgeklede bedoening.

En ik hoor vaak zeggen ‘het is nu eenmaal zo’ en ’tijden veranderen’. Maar ik vind het jammer.

Ga Wiener Circus kijken op YouTube en droom even terug naar de tijd dat overheidsdienaren niet continu op je vingers keken en de circussen mede door de grotere belangstelling mooie dingen lieten zien.

Tot de volgende keer!