Columns
9 augustus 2026

Back To The Circus 80’s | deel 5

Door 2 min leestijd • 9 augustus 2026

John de Vries jr.

Haha wat een kerel.
Nou kerel… liever gezegd ‘mannetje’ want het was een klein iel ventje.
Maar…hij was de grootste circusvriend van Nederland.

Ik leerde hem kennen in de winter 80/81 tijdens een circusmiddag in het Haagse paviljoen, een groot café.
Daar kwamen een paar keer per jaar circusidioten bij elkaar, waaronder ondergetekende.

John bracht samen met enkele anderen het circusblaadje “circusgids Nederland” uit en was de hoofdredacteur.
Na enkele minuten met hem te hebben gesproken werd ik abonnee nr. 378.
Het was een plakkerig naar inkt ruikend blad, geperst op de stencilmachine.

Voor de jonkies: Google maar wat dat voor apparaat was.

John was fanatiek en wist precies wat er in Europa gebeurde en ik mocht hem zo nu en dan bellen.
Die gesprekken waren fantastisch met één van zijn bekende uitspraken in ieder gesprek: “Er gaan geruchten”.

Het blad kwam eens in de maand uit en je keek daar echt naar uit.
Circusverslagen van onder meer John Seffinga en Cor Martens vanuit vele landen.
Zo ontdekte ik dat er wel honderd mooie grote en middelgrote circussen in Europa waren en misschien wel vijfhonderd kleintjes.

Prachtige verslagen van Nock, Giovanni Althoff, Krone, Medrano, Pinder, Hagenbeck, Benneweis, Busch Roland etcetera werden afgewisseld met advertenties waarin circus verzamelitems werden aangeboden.

En heel veel kort nieuws ook. Uiteraard veel aandacht voor Nederlandse circussen en de toerneevermeldingen.

Internet bestond nog lang niet.
Je informatie kwam louter uit de circusgids of ‘De Piste’, dat ik in de Beverwijkse bibliotheek las.

Zoals eerder vermeld was 1980 een bomvol circusjaar.
Drie grote nieuwe circussen, bijna tien bestaande en ook kwam Krone nog naar twaalf grote steden.

Maar laat ik de volgorde proberen aan te houden.
Bassie en Adriaan en Holiday zijn reeds besproken in eerdere delen van deze Back To The Circus 80’s-serie.
Uiteraard komen ze nog diverse keren aan bod met mooie anekdotes en verhalen.

Ook nieuw was het circus van Sjoukje Dijkstra.
Sjoukje was meervoudig wereldkampioen schaatsen en jarenlang de ster van de Holiday on ice shows.
Daar leerde zij haar echtgenoot Karl Kossmayer kennen.
Karl was een in circuskringen beroemde artiest met een hilarische act met ezels.

Het echtpaar besloot in zaken te gaan en in dit geval dus een eigen circus.
Eigenlijk was het niet hun eigen circus, maar het circus van de Duitse ongekroonde circuskoning Carl Althoff.
Carl was een geslepen zakenman die al sinds jaar en dag door Duitsland trok met groot circus en vaak onder verschillende namen.

Karl Kossmayer dacht samen met zijn grote “vriend” het grootste en mooiste circus van Nederland te presenteren en verdomd het was zo.

Nooit eerder was er een circus wat om acht uur ’s avonds begon en om half twaalf eindigde.
Nooit eerder was er een reizend Nederlands circus met zoveel topnummers in het programma.

Eigenlijk te mooi om waar te zijn.

Of moeten we in dit geval spreken van “te waar om mooi te zijn”?

Wordt vervolgd…