De kijktent van Otto Geertsma.
Ik was amper zestien en was een beetje goochelaar in wording, toen ik de vleesgeworden oplichter Otto Geertsma tegenkwam op een circusmiddag in Steenwijk.
Waarschijnlijk was hij daar op zoek naar nieuwe slachtoffers die zijn praatjes voor zoete koek aannamen.
En aangezien ik nog jong, dom en maagd was, kreeg ik rode oortjes bij het aanhoren van wat hij allemaal wel niet kon en was, had gedaan, had gepresenteerd en voor elkaar had gebokst.
Hij zou de kermis op gaan met een grote nieuwe kijktent met de grootse naam: ‘Grand variété du monde’.
Of ik geïnteresseerd was om de hoofdrol te spelen in dit aanstaande nieuwe wereldwonder van het amusement.
Lang onderhandelen was niet nodig want hij bood mij 750 gulden per week.
Ik kwam net van school en doorleren zat er met mijn armetierige hersentjes niet in was mij verteld door het hoofd der school: heer Pontman.
Ik ging er dus gretig op in.
Ik kwam aan in Den Helder, wat de eerste kermisplaats was, ik meen ergens half april.
Op zoek naar het ‘Grand Variété’ baande ik mij een weg tussen de grijpkranen van Dauphin alias De Sigaar, Alberts Poffertjeskraam en de draaimolen van Henkie Koek met in beide handen koffers vol magische toverkunsten.
Eindelijk aangekomen, trof ik de houten kiosk en deze was – ik kan niet anders zeggen – uitermate mooi beschilderd.
Zo’n vijftien meter breed met aan de voorzijde een podium en in het midden een kassa met daarachter de meester van ’s werelds grootste amusementsbedrijf: heer Geertsma.
Joop van den Ende was er een kleine jongen bij en mocht bij wijze van spreken de tas van Geertsma niet eens dragen.
We maakten opnieuw kennis en hij bracht mij naar mijn artiesten woonwagen in de vorm van een oude DAF 2800 vrachtwagen met een emmer water als badkamer en een doorgezeken matras als bed.
“Pak daar maar alles uit en leg je slaapzak maar neer. Vanaf acht uur vanavond mag je schitteren voor het hooggeëerd publiek van Den Helder”.
De middagshows deed hij geheel zelf en bestond uit een soort van waarzeggers show getiteld ‘een blik in de verte’.
Na betaling van vijf gulden mocht je naar binnen, alwaar een blik erwtensoep op het podium tentoongesteld werd.
Creatief maar pure oplichting en daarom had heer Geertsma een loden pijp onder zijn toonbank liggen. Voor als boze mensen zich zouden beklagen bij de klantenservice.
Het hooggeëerd publiek bleek ’s avonds vooral te bestaan uit dronken mariniers die zo veelvuldig in Den Helder aanwezig waren. Eerst naar de kermis en dan naar de hoeren.
Ik werd geacht het publiek op te warmen op het wereldpodium wat ver boven de grootste podia van Las Vegas uitsteeg.
Dus daar stond ik met mijn rood fluwelen pakkie van Tip de Bruin water te doen verkleuren en ringen in uit elkaar te toveren.
Als er minimaal twintig mensen binnen waren, deed ik de zigzag-illusie met een door Geertsma op de kop getimmerde meid. En na tien uur zelfs topless.
Moulin Rouge achtige taferelen dus daar in de kop van Noord-Holland!
Als er te weinig mensen waren, kondigde Otto ‘een nummertje in het gras’ aan en dat deed de kassa doen lopen.
Het toegestroomde publiek kreeg dan na het openen van het doek een tafel te zien met daarop een graszoode met daarin
gestoken een bord met nummer zeven.
De klantenservice had het er maar druk mee.
Na drie dagen vroeg ik voorzichtig om een betaling, maar Otto zei “dat het even niet uitkwam, maar morgen zou betalen”.
“Ondertussen” zei hij, “mag je die meid wel ff pakken want die slaapt ook in de DAF”.
Ik moet zeggen dat het een zeer mooie meisje was en ik werd diezelfde nacht zo’n drie of vier keer ontmaagd.
Uiteraard kreeg ik de volgende avond weer nul op het rekest en besloot te vertrekken.
Dat deed ik overigens pas de volgende ochtend, zodat ik nog enkele ontmaagdingen kon meemaken…
Tot de volgende keer!