Van uitglijder naar inzicht. Astrid Cats over het Circuspunt Keurmerk en samenwerking.
Sinds 2025 is Astrid Cats directeur van Festival Circolo, een van de grootste circusfestivals van Nederland en een belangrijke speler binnen het hedendaagse circusveld.
Met het behalen van het Circuspunt Keurmerk wil het Tilburgse Circolo volgens Cats niet alleen de eigen professionaliteit onderstrepen, maar ook bijdragen aan een gezondere en beter georganiseerde circussector in Nederland.
In dit gesprek vertelt Astrid over verantwoordelijkheid, samenwerking en het belang van fair practice. Daarnaast kijkt ze terug op een uitglijder in 2025, terwijl Cats juist de verbinding wilde opzoeken.
Dat zorgde in de circuswereld en aan het begin van haar circuscarrière voor verbaasde blikken. Een voorval dat Astrid – in lijn met de gedachte van het Circuspunt Keurmerk – ook tot een inspirerend inzicht bracht…
Festival Circolo is een van de circussen die het Circuspunt Keurmerk ontving. Wat was voor jullie de belangrijkste reden om de aanvraag te doen?
Astrid: “Festival Circolo is een van de grootste circusinstellingen in Nederland en bovendien een gesubsidieerde organisatie. Dat brengt een verantwoordelijkheid met zich mee. Wij vinden dat we binnen de circuswereld voorop moeten lopen; dat is een gevolg van de verantwoordelijkheid die we dragen. Het keurmerk helpt om het gesprek over kwaliteit, fair practice en samenwerking concreter te maken.
Daarnaast willen we naar buiten toe gewicht geven aan het keurmerk, zodat het breder bekend wordt. Uiteindelijk werken we met elkaar aan een gezonde circussector. Dat voelt voor ons als een positieve verplichting.”
Helpt het keurmerk concreet in het contact met gemeenten, partners of andere stakeholders?
Astrid: “Binnen de cultuursector werken we al met verschillende codes: de Governance Code Cultuur, Fair Practice Code en de Code Diversiteit en Inclusie. Diezelfde waarden komen ook terug in het Circuspunt Keurmerk. In die zin vullen ze elkaar aan.
Voor ons betekent het vooral dat we handvatten hebben om gesprekken te voeren over eerlijke vergoedingen en professionele werkwijzen. Er bestaan verschillende modellen en richtlijnen om tot een fair bedrag te komen. Het Circuspunt Keurmerk zegt niet exact hoe je het moet doen, maar wel dat je het op een eerlijke en transparante manier moet organiseren”.
Circusproducent Kevin van Geet zei eerder in deze Circuspunt Keurmerk-reeks over het onderwerp ‘vergoedingen’: “Je komt in een onderhandeling op een menselijke manier tot een prijs en volgens mij is dát wat het allerbelangrijkste is.” Hoe kijk jij daarnaar?
Astrid: “Wat het keurmerk vooral zegt, is dat je het op een eerlijke manier moet doen. Het is aan jezelf welke tools je daarvoor gebruikt, als je voor jezelf maar kunt verklaren welke keuze je gemaakt hebt.
Ik werk voor het samenstellen van vergoedingen met verschillende tools. Bijvoorbeeld CAO Toneel en Dans, CAO Podia NL (die gaat minder over artiesten, maar meer over de mensen achter de schermen) en PACT. De reden waarom we binnen ons kleine stukje circus werken met verschillende tools: we werken met verschillende sectoren en verschillende vormen van arbeid. Samengevat is er een verschil tussen het werk van de marketingmedewerker en de inzet van een artiest.
Aan het einde van de rit zijn de eerdergenoemde tools slechts modellen, maar het gaat erom dat je het gebruikt op een eerlijke manier.
In het geval van Kevin of een ander circus dat meer met losse artiesten, solo-artiesten of kleinere groepen werkt, snap ik qua gage dat het ook mee kan spelen wat de desbetreffende artiest doet en uit welk lager- of hoger-lonenland hij of zij komt. Bij Festival Circolo werkt het iets anders en gaat het vaker over gezelschappen. Daar spreken we een betaling mee af, gebaseerd op bijvoorbeeld vijf voorstellingen verspreid over ons festival. En ja: de ene productie is groter dan de ander. In lijn daarvan is de ene productie duurder dan de ander.
Maar ik ben het eens met Kevin: je hebt een verantwoordelijkheid om de artiest een eerlijk bedrag te betalen. Anders maken we de sector kapot. Die richtlijnen vanuit Circuspunt zijn handig, omdat je dan het gesprek kunt voeren”.
Tot nu toe ben je in je carrière volop actief in de cultuursector. Je was onder andere manager bij We Are Public Brabant (een organisatie waarbij je lid kunt worden en dan met een pas toegang krijgt tot een geselecteerd aanbod van culturele activiteiten, red.), directeur bij TAC, Temporary Art Centre (een grote creatieve broedplaats en kunstplek in Eindhoven) en je bent ook directeur bij Studio Assisië (een kunststichting op het Landpark Assisië van zorgorganisatie Prisma.) én je verzorgt als freelancer strategie, advies en fondsenwerving voor culturele instellingen, makers en collectieven.
Je hebt dus een brede kijk. Denk jij – als nieuwe circusdirecteur – dat een keurmerk noodzakelijk is voor de toekomst van het Nederlandse circus?
Astrid: “Je schetst net al een stuk van mijn achtergrond. In 2025 startte ik dus bij Festival Circolo. Ik ken daardoor vooral de wereld van het hedendaagse circus. Nu ben ik daar als professional in actief, omdat ik veel kennis en ervaring heb van de processen in de kunstwereld. Processen waar Circolo ook mee te maken heeft.
De wereld van het traditionele circus ken ik minder goed. Dat wil niet zeggen dat ik het klassieke/ traditionele circus niet omarm. In tegendeel! ‘Traditioneel en hedendaags’ of zoals anderen zeggen ‘klassiek en modern’; ik vind het allemaal circus en ik vind het allemaal waanzinnig. Voor Festival Circolo dompel ik me helemaal onder in het hedendaagse en daar weet ik inmiddels al veel van. Ik verdiep me ook écht meer en meer in het traditionele, maar dat heeft nog meer tijd nodig. En ik kan onmogelijk alles tegelijkertijd doen.
Terug naar het antwoord. De vraag vind ik lastig, want het hedendaagse ken ik intussen enigszins en het traditionele ga ik meer ontdekken. Wat ik wel denk is dat het belangrijk is om samen na te denken over wat een gezonde sector is.
Het circusveld in Nederland is relatief klein. Juist daarom moeten we elkaar ondersteunen en niet op ons eigen eiland blijven zitten. Een keurmerk kan helpen om die gezamenlijke waarden zichtbaar te maken en organisaties scherp te houden.”
Dat klinkt als een nobel streven. Maar… ik kan me een interview uit 2025 met jou in het Brabants Dagblad herinneren. De titel daarvan (“Geen clowns en olifanten meer: nieuwe directeur Circolo ziet circus als kunstvorm die raakt”, red.) klonk niet erg ondersteunend naar de circussector en ik weet dat dit bij veel mensen uit de Nederlandse circuswereld zorgde voor een nare nasmaak.
Is dat dan wel een match met wat je zojuist zegt en waar het Circuspunt Keurmerk voor staat?
Astrid: “Ja… ik baalde ENORM van het interview. Ik zat in de trein en een jonge journalist van het Brabants Dagblad belde mij. Ze vroeg me ergens in het interview – voor de gein – of het publiek clowns en olifanten kon verwachten in het Spoorpark in Tilburg, de Circolo-locatie. Ik moest daar eerst wel een beetje om lachen, omdat haar opmerking niet echt Festival Circolo typeert. Daarna ging het gesprek verder. Over Festival Circolo zelf en over het thema van de 2025-editie: ‘Speelsheid’. Niks aan de hand. Althans: dat dácht ik.
Totdat ik de volgende dag de (digitale) krant ‘opensloeg’ en ik de titel las. Voor mijn gevoel hadden we een ander gesprek en het was jammer dat dit de uitkomst was. Ik was me er niet van bewust dat er een diepe worsteling onderlag, qua de verhouding tussen het traditionele en hedendaagse circus. Voor het geval ik daarin mensen heb gekwetst: het spijt mij oprecht. Dit is iets wat ik ook uitsprak richting Circuspunt als branchevereniging. En ik kan het hier ook niet vaak genoeg zeggen, omdat ik het oprecht meen.
Binnen mijn werk als zakelijk directeur van Festival Circolo keek ik ontzettend uit naar de ontmoeting met mensen uit het brede circusveld. Dus: hedendaags én traditioneel. Bij ‘een eerste kennismaking met de nieuwe directeur’ – in de vorm van een eerste interview met een krant – wéét je dat het twee kanten op kan gaan. Eén: je benadert op positieve wijze de verbinding en komt als persoon ‘dichterbij’. Twee: je doet dat niet en komt verderaf te staan.
Ik keek ontzettend uit naar de eerste variant en richtte me daarop. Maar het interview liet het anders lopen en ik kreeg vanuit het klassieke circus best wat kritiek over me heen. Die emotie snap ik overigens helemaal, ondanks dat het gesprek met de journalist anders verliep. Ik weet wel dat ik na het interview dacht: ‘ai… ik had deze mensen graag positief willen ontmoeten’. In de periode na het interview sprak ik toch meerdere mensen uit de klassieke circuswereld en gelukkig waren dat prettige, eerlijke en opbouwende gesprekken.
Los van dat de titel in de krant niet de beste samenvatting van het gesprek met de journalist was, kwam er bij mij ook een besef. En dat was dat het binnen de circuswereld helemaal geen vast gegeven is dat men elkaar begrijpt of dat men vanzelfsprekend gesteund voelt, ‘omdat we nou eenmaal allemaal iets met circus doen’. Maar… wat zou het fijn zijn dat de verschillende circuswerelden zachter naar elkaar worden en dat men elkaar beter ondersteunt. En ja: daar ben ook ík een schakel in. Over het algemeen geldt: zijn we collega’s of zijn we concurrenten?
Leg dat laatste eens uit?
Astrid: “Het Circuspunt Keurmerk gaat natuurlijk ook over een goede omgang naar artiesten en medewerkers. Maar de circussen onderling moeten onderling ook een goede omgang hebben.
Ik snap heel goed dat als je een familiecircus hebt of je bent producent van een relatief klein circus dat het bikkelen is voor elke euro. Op het ene moment heb je mooi wat verdiend en op het volgende moment valt de verkoop tegen en is het zakelijk zwaar. Sommige traditionele circussen werken tientallen jaren keihard voor elke euro.
Daartegenover staat het hedendaagse circus – bijvoorbeeld in de vorm van Festival Circolo – dat relatief korter bestaat en dat bij wijze van na een paar jaar te bestaan al een pak subsidiegeld van de overheid krijgt. Ik kan me voorstellen dat je je dan niet gesteund voelt en dat dat misschien wel pijn doet. Of dat er het idee ontstaat dat er wel subsidie is voor hedendaags circus maar niet voor het traditionele circus. En dat is niet zo.
Het feit dat Festival Circolo subsidies krijgt, is niet omdat we hedendaags circus doen. Het is wel omdat we een subsidiabele structuur hebben. Het festival is een stichting met een Raad van Toezicht-model, we moeten voldoen aan de cultuurcodes, we hebben de verantwoordelijkheid om activiteiten (onder andere educatie- en participatieprojecten, nieuwe makers-trajecten en voorstellingen krachtig uit te voeren). We ontvangen subsidies voor het circus als kunstvorm, waarin authenticiteit en zeggingskracht belangrijke factoren zijn. We werken met de vraag: ‘Waarom is het belangrijk dat mensen dit gaan zien?’
Dat alles vraagt ook om verantwoording. Projecten moeten uiteindelijk ook uitgevoerd worden en er moet wel kwaliteit staan. Een andere verantwoording zit hem in bijvoorbeeld transparantie; jaarverslagen moeten voor iedereen inzichtelijk zijn. Inclusief onder meer gerealiseerde resultaten, inkomsten en uitgaven of mijn salaris. Alles is transparant”.
Wat betreft transparantie. Dat zit bij jouw organisatie Festival Circolo – werkend in een stichtingsvorm – anders in elkaar dan een commercieel circus. Hoe wil je bewerkstelligen dat commerciële organisaties in een tamelijk gesloten traditionele circuswereld opener worden?
Astrid: “Bij de circussen die op commerciële wijze werken, zit dit vanzelfsprekend anders in elkaar. De werkwijze en de openheid is verschillend dan die bij onder andere Festival Circolo.
Wat we als intense overeenkomst hebben: we willen allemaal laten zien hoe mooi de diversiteit van het circus is. Daarin zijn we geen concurrenten. Wél collega’s die elkaar ondersteunen.
Als circussen bepaalde informatie niet willen delen, dan vind ik daar niet veel van. Ik ga niet zeggen wat anderen moeten doen. Als een klein zelfstandig circus die transparantie-behoefte niet voelt: ook prima.
Maar als je als sector meer transparantie wilt, dan moet je ergens beginnen. Kende speelplaats X een slechte verkoop? Betrek je partners uit het circusveld. Deel je ervaring en stel bijvoorbeeld de vraag hoe het andere circus ervoor zorgt dat er bezoekers naar de tent komen. Het hoeft niet eng te zijn om open te zijn en informatie te delen”.
Wat betekent het keurmerk voor jou persoonlijk?
Astrid: “Toen ik hoorde dat het keurmerk bestond, voelde het als een erkenning, maar ook als een verantwoordelijkheid. Ik vind het mooi als Circolo daarin een soort vaandeldrager kan zijn. Dan moeten we ons wel opstellen als een goede partner binnen de sector”.
Zou het keurmerk op termijn een standaard moeten worden?
Astrid: “Voor mij is het vooral belangrijk dat we samen de waarde ervan onderstrepen. Het moet een doorlopend streven zijn om zo goed mogelijk te werken. Zie het als een positieve ambitie, niet als een verplichting die je ‘even moet halen’.”
Op welke thema’s heeft jullie organisatie de grootste ontwikkeling doorgemaakt?
Astrid: “Een keurmerk betekent niet dat je klaar bent. Het vraagt juist om voortdurende ontwikkeling en evaluatie. Ook omdat standaarden ieder jaar en continu veranderen.
Duurzaamheid is daarvan een duidelijk voorbeeld. We werken bijvoorbeeld met een ‘green battery’: een soort aggregaat dat groene energie opslaat en levert.
Reguliere diesel-aggregaten zijn niet per se duurzaam. We vinden het als festival ook belangrijk om voorop te lopen, bijvoorbeeld met de green battery”.
Helpt het keurmerk ook bij het imago van circus richting politiek en media?
“Ja, dat denk ik wel. Er bestaan nog altijd clichés over circus. Terwijl onze sector juist enorm divers en professioneel is. Het keurmerk kan helpen om gezamenlijk uit te dragen dat we een serieuze sector zijn. Dat geldt voor alle vormen van circus.”
Welk advies geef je collega-producenten die twijfelen om het keurmerk aan te vragen?
“Ik weet niet precies waar die twijfel vandaan komt. Mijn houding is: begin bij jezelf. Als je transparantie en samenwerking belangrijk vindt, moet je daar zelf stappen in zetten.
Het hoeft niet perfect te zijn. Stap voor stap kun je samen verder bouwen.”
Heeft het keurmerk indirect voordelen voor artiesten?
Astrid: “Indirect zeker. Wij hechten sowieso veel waarde aan fair practice en proberen zo menselijk mogelijk mee te denken met artiesten en medewerkers. Het keurmerk bevestigt en versterkt die houding.”
Kan het keurmerk bijdragen aan meer vertrouwen bij het publiek?
Astrid: “Het suggereert misschien dat er nu minder vertrouwen is, en dat ervaar ik niet zo. Het Festival Circolo-publiek is betrokken en loyaal. Men geeft tips en deelt ook een kritische mening. En zo hoort het ook. Maar het keurmerk laat wel zien dat je er alles aan doet om een organisatie zo goed en professioneel mogelijk te runnen.”


