“Even is de smartphone weg”: Jasper Riedeman over UNBOXED en het bewuste afscheid van ‘de camping’.
Waar veel zomercircussen hun tent tussen de caravans opslaan, kiest Circus Snor bewust een andere weg. Dit seizoen doet het gezelschap vanaf mei liefst 27 speelplekken aan. Niet/ minder op campings, maar meer op landgoederen, boerenerven en groene terreinen die soms voelen als “in the middle of nowhere”.
Met de voorstelling UNBOXED presenteert directeur Jasper Riedeman wat hij zelf omschrijft als de perfecte eerste circuservaring: laagdrempelig genoeg voor de allerkleinsten, maar met genoeg gelaagdheid in zijn praatjes om ook de ouders erbij te houden. Circusweb sprak met Riedeman over zijn strategie, zijn artiesten en waarom hij de camping vaker links laat liggen.
Weg van de camping, op naar het erf
Riedeman is er open over: Circus Snor begon ooit wél op campings, maar dat bleek niet zijn ideale speelveld. “We zijn wel begonnen op campings, maar dat is toch minder mijn publiek,” vertelt hij. “Animatie, wisselend publiek en elk jaar weer een ander soort bezoeker. Terwijl wij juist willen bouwen aan iets wat blijft.”
De campings die Circus Snor nog wél aandoet, houdt hij bewust aan: “Daar mogen we ook publiek van buitenaf trekken, en die campings hebben een beetje hetzelfde soort doelgroep als waar we nu met Circus Snor naartoe werken.” De rest van de campingtour is hij aan het afbouwen, ten gunste van landgoederen en boerenbedrijven.
Dat levert precies de sfeer op waar hij naar op zoek is. Op een erf ergens buiten de bewoonde wereld, zegt Riedeman, waant het publiek — kinderen én volwassenen — zich weer even echt kind. “Hoe hip papa en mama ook zijn, de smartphone verdwijnt hier toch echt even uit het handje. Simpelweg omdat er genoeg gebeurt om het digitale even aan de kant te leggen.”
Vaste partners, vaste plek, vaste tijd
De kern van zijn aanpak: samenwerken met een tweede partij die het terrein, de promotie én een eigen publiek meebrengt. Riedeman noemt als voorbeeld een schapenbedrijf in het Oosten van het land, de plek waar we Jasper en zijn Circus Snor treffen. “Dergelijke partijen hebben een mooi terrein waar het circus kan staan, ze vinden het leuk als er wat extra’s is, en ze hebben vaak ook hun eigen publiek. Dat is qua promotie enorm effectief. Wij pluggen daar zelfs in qua stroom.”
Het maakt de organisatie niet per se makkelijker, benadrukt hij. “We willen ergens wonen voor een korte tijd, en het moet een fijne plek zijn om te verblijven. Omdat dat weer iets uitstraalt richting de toeschouwer.” Voor Riedeman is de kwaliteit van de standplaats dus net zo bepalend voor de voorstelling als wat er binnen de tent gebeurt. Dat brengt ook een probleem met zich mee, want Jasper laat weten dat het écht een zoektocht is om nieuwe en mooie locaties te vinden.
Die keuze voor vaste samenwerkingen betaalt zich uit. “Ieder jaar dezelfde plek, dezelfde tijd, dezelfde partners,” zegt hij. “En het is écht vet dat mensen daardoor vaker terugkomen.”
Riedeman ziet zijn aanpak bevestigd door een voorbeeld uit het buitenland: “Giffords Circus in Engeland werkt ook zo — groene terreinen en een fijne omgeving. Dat is precies waar wij ook naartoe willen.”
De cijfers geven hem gelijk. Bij het Overijsselse schapenbedrijf begon Circus Snor een paar jaar geleden met een halfvolle tent. Een jaar later was de tent vol, en inmiddels is dat uitgegroeid tot drie speeldagen in 2026, met in totaal zo’n 1.250 bezoekers verspreid over de verschillende voorstellingen, bij een capaciteit van 250 mensen per keer.
Bewust geen dagtour meer
Een andere knop waar Riedeman recent aan draaide: geen losse speeldagen meer. “We willen niet meer één dag ergens staan. Ik word ook zelf iets ouder, en het is fysiek best zwaar.” Meerdaagse speelperiodes op vaste plekken passen dan ook beter bij zowel het lichaam van de artiesten als bij de opbouw van een terugkerend publiek.
Toch is dat vasthouden aan de traditie ook een bewuste knipoog. “Ik houd wel van het oude circus,” zegt Riedeman. De opzet van Circus Snor — klein, persoonlijk, dicht op de huid van het publiek — is daarmee zowel praktische noodzaak als artistieke keuze.
Een internationaal gezelschap dat wél houdt van reizen
Circus Snor is klein, en dat merk je ook aan hoe Riedeman zijn artiesten selecteert. “Je hebt mensen die de straattheaterachtige manier van werken leuk vinden. Circus Snor is best een mix tussen theater en straat, omdat je zo dichtbij zit.”
Het resultaat is een opvallend internationale cast voor 2026: jongleur Jordi uit Spanje, luchtacrobate en hoelahoep-artiest Mati uit het Verenigd Koninkrijk, comedian Mister Blue (meneer Blauw) uit Spanje, en de flitsende paalacrobaat Callum uit Schotland. Daarnaast is er Nederlandse inbreng van Sabine, die schittert aan het verticale koord, achter de schermen meeschakelt in de voorstelling en het publiek in de pauze voorziet van drinken en iets lekkers.
Artiesten vinden die passen bij deze manier van werken is niet vanzelfsprekend, vertelt Riedeman. “We spelen best een lange tour, met veel voorstellingen. Artiesten die daar zin in hebben — ook in combinatie met het reizen en het samen op- en afbouwen — zijn in Nederland best moeilijk te vinden. Mensen zijn simpelweg niet gewend om te reizen op deze manier.”
Groeiend bereik
Ondertussen groeit ook de zichtbaarheid van Circus Snor buiten de tent. “We merken dat het steeds drukker wordt op de socials,” constateert Riedeman. Een groei die, gezien zijn strategie van vaste plekken, vaste tijden en mond-tot-mondreclame via terugkerend publiek, weinig verrassend is.
Met UNBOXED, 27 speelplekken en een cast die van Schotland tot Spanje reikt, bouwt Circus Snor dit seizoen verder aan een formule die klein wil blijven, maar wel steeds voller draait. Precies zoals Riedeman het wil: niet de grootste tent op het grootste veld, maar de fijnste plek voor de langste tijd.









