Gisteren heb ik uitgebreid stilgestaan bij de manier waarop ik momenteel naar de persoon Antonie Teuteberg kijk. Vandaag is het tijd voor iets anders: een verslag van de documentaire die in december door AVROTROS op NPO wordt uitgezonden, precies veertien dagen voordat de vierde editie van zijn Wintercircus Royal in Dordrecht van start gaat.
De voorpret
Daags voor de voorvertoning belt Tonie mij op met de vraag of ik samen met hem naar de première wil tijdens het Nederlands Film Festival in Utrecht. De 25 minuten durende documentaire wordt daar vertoond, samen met zes andere producties, en is bovendien genomineerd voor de prijs voor de beste documentaire van nieuwe, jonge documentairemakers.
Aan zijn stem merk ik dat Tonie enigszins nerveus is. Niet zozeer vanwege de documentaire zelf, maar vooral vanwege het decor waarin dit alles zich gaat afspelen.
Tonie heeft namelijk niet zoveel met dergelijke, ietwat plechtstatige gelegenheden. Geef hem een circustribune en een piste en hij voelt zich vermoedelijk aanzienlijk meer op zijn gemak dan in een roodfluwelen bioscoopstoel.
Moet hij zijn spreekstalmeesterkostuum aantrekken?
Zal hij met een limousine voor komen rijden?
Het zijn vragen die hij mij telefonisch voorlegt en waarop ik, eerlijk gezegd, geen zinnig antwoord weet te geven.
We spreken uiteindelijk af dat we er rond half twaalf zullen zijn.
De voorstelling begint immers om twaalf uur.
De dag
Ik ben vanzelfsprekend keurig op tijd.
Tonie daarentegen heeft kennelijk een wat ruimere interpretatie van het begrip ‘half twaalf’, want hij strompelt pas rond half één de zaal binnen.
Vader Joop maakt het nog bonter en verschijnt uiteindelijk een half uur later.
Gelukkig bestaat het programma uit zeven documentaires en staat Circus Royal pas rond half twee geprogrammeerd.
Er is dus nog geen man overboord.
Beide heren zijn bovendien afzonderlijk naar Utrecht gereden.
Tussen vader en zoon schijnt zich momenteel een soort van onenigheid te bevinden.
Wat daar precies aan ten grondslag ligt, laat ik voor nu maar even buiten beschouwing.
Het aardige is dat daar deze middag, althans voor de buitenwereld, nauwelijks iets van te merken valt.
De documentaire
De documentaire is voornamelijk gefilmd tijdens het Wintercircus van afgelopen jaar en draait, samengevat, grotendeels om Tonie op de dag van de première. Vader Joop speelt daarbij een prominente rol en juist in die wisselwerking wordt een interessant generatieverschil zichtbaar. Tonie wil het circus anders organiseren, anders benaderen en vooral anders vormgeven dan zijn vader dat in het verleden deed.
Daarmee gaat de film niet alleen over circus, maar ook over de eeuwige spanning tussen traditie en vernieuwing.
Regisseur Simon Bravinck heeft er een opvallend menselijk verhaal van gemaakt. Er is weinig gladgestreken en nog minder geretoucheerd.
De rafelrandjes mogen gewoon zichtbaar blijven en juist daardoor krijgt de documentaire geloofwaardigheid.
Dat Bravinck die ruimte kreeg, is mede te danken aan producent Daan Willekens, die hem kennelijk voldoende vrijheid heeft gegeven om het verhaal te vertellen zoals het zich daadwerkelijk ontvouwde.
Ik heb er in ieder geval enorm van genoten. En ik bleek daarin niet de enige te zijn.
De zaal, gevuld met naar schatting vijfhonderd mensen, reageerde enthousiast.
Naar mijn bescheiden mening kreeg de documentaire het meest overtuigende applaus van de middag, al moet ik eerlijkheidshalve zeggen dat ook enkele van de andere producties mij niet geheel onberoerd lieten en hier en daar zelfs tot vochtige ogen leidden.
En ja, voor de liefhebbers van het authentieke Teuteberg-ieffect: de woorden ‘kut’, ‘godverdomme’ en ‘klootzak’ komen ook in deze documentaire weer in ruime mate voorbij.
Het zou bijna vreemd zijn geweest als ze ontbraken.
En dan is er nog een klein detail dat mij bijzonder amuseerde.
Tonie bezwoer mij vorig jaar nog dat hij tijdens de première geen druppel had gedronken. De documentaire heeft daar inmiddels een tamelijk eigenzinnige interpretatie van laten zien.
Tussen de verschillende nummers door blijkt meneer namelijk met enige regelmaat een neutje aan de bar te hebben genuttigd.
Laat ik het diplomatiek houden: de werkelijkheid blijkt soms een betere raadgever dan het geheugen.
Alles bij elkaar is het een eerlijke, oprechte en ongepolijste documentaire geworden. Goed gefilmd, prettig om naar te kijken en bovendien interessant, ook wanneer je niet per definitie een liefhebber van circus bent.
Het gaat uiteindelijk namelijk niet alleen over een circus, maar over mensen.
Over familie, verwachtingen, tradities, botsende generaties en de voortdurende zoektocht naar een eigen identiteit.
En juist daardoor blijft de documentaire hangen.
De napret
Na afloop belanden we in een bistro, waar we onder het genot van een hapje en een drankje nog wat napraten.
Tonie heeft ondertussen een enorme bos bloemen in zijn bezit.
Een prachtig boeket, bedoeld als blijk van waardering.
Op een gegeven moment zie ik dat hij zonder bloemen vertrekt.
“Je vergeet je bloemen”, zeg ik.
Tonie kijkt mij aan alsof ik hem zojuist heb gewezen op een lekke band.
“Wat moet ik met die troep?”
Ik heb de bloemen uiteindelijk maar meegenomen.
Thuis heb ik daar overigens nog aardig mot over gehad.
Want kennelijk is het al twintig jaar geleden dat ik voor het laatst bloemen mee naar huis heb genomen en dat gaf mijn vrouw reden tot complottheorieën en waanideeën…

