Welkom!
Bij ‘Voorwaarts en niet vergeten’ nummer… honderdzeventien!
Bij honderdtwintig stop ik er mee. En waarom ik dit nu al zeg, ga ik uitleggen:
Ik wil niet dat de klap bij jullie te hard aankomt en dat sommigen misschien gekke dingen gaan doen.
Oftewel: ik wil niet dat er mensen gevonden worden al hangende aan een perenboom of dagenlang liggend in een badkuip met in hun rechterhand een scheermes.
Voorzichtigheid is daarom geboden.
Er konen er hierna dus nog drie en dat voelt voor mij als een bevrijding. Want geloof mij: het valt niet mee om elke week opnieuw een verhaal uit de mouw te schudden, maar ik daag jullie wel uit.
Is er iemand die van mij het stokje wil overnemen?
Ik begrijp dat na het lezen van mijn columns de moed je in de schoenen zakt, omdat een dergelijk niveau niet te evenaren is. Maar als je de zeventig procent van mijn vermakelijkheid kan aantikken, ben je welkom.
Er is veel kritiek geweest maar gelukkig viel dat in het niet bij de mensen die het leuk vonden. En wat de meerderheid wil krijgt de minderheid. Dat heet democratie.
Voor de criticasters hetvolgende:
“Behoudens enkele groten,
Is iedereen maar klein
God heeft het mij verdroten,
om een genie te zijn.
U mag mijn werk dus kraken,
dat staat intelligent.
Maar deze columns kunt u niet maken,
daarvoor mist u het talent”.
Er moet met bovenstaande hoogmoed toch iemand zijn die denkt;
Ik zal die Borm eens een poepie laten ruiken en zich aanmeld om in mijn voetsporen te treden.
Of blijft het bij denken?
Ik neem absoluut geen afscheid van Circusweb.
Ik bezin mij op iets nieuws en ook blijf ik zo nu en dan verslagen maken van circusbezoeken.
Met mijn columns heb ik gezegd wat ik wil zeggen.
Bovendien wil ik geen Paul de Leeuw-effect creëren waarbij men denkt ‘Heb je em weer’ of ‘heeft ie al eens geschreven’.
De vlag kan dus uit bij pipo Rotnel en de champagne mag ontkurkt bij opper circusvriend Herman H.
Deze laatste klom nogal eens in de donkerrode pen, waarvoor oprechte dank.
Ik wist dan zeker dat tenmiste één persoon mijn columns las.
Was overigens altijd al na circa een half uur na plaatsing, alsof hij op mijn stukjes zat te wachten.
Verder dank ik iedereen die ik ooit te kakken heb gezet voor hun relativeringsvermogen en professionele instelling te accepteren dat – als je in de schijnwerpers staat – er ook weleens grappen over je worden gemaakt.
Ik denk overigens dat ik veel meer mensen heb geëerd dan onteerd.
Maar er komen er dus nog drie.
Hoofdredacteur Frens te Kiefte heeft mij met het sturen van een chocolade Paashaas overgehaald af te ronden op een mooi getal.
Honderdtwintig keer lachen, huilen, ergeren, gelijk geven, wegkijken en ja knikken is mooi.
Het was superleuk om te doen.
Tot volgende week!