Columns
29 maart 2026

‘Voorwaarts en niet vergeten’ | Column nummer 113

Door 2 min leestijd • 29 maart 2026

Touringcar avondrood.

Daar stond ik dan om zes uur ’s ochtends tussen een peloton aan rimpel-kanonnen.
Ik dacht dat we voor driehonderd euro de koning van Parijs zouden worden, maar zodra die bus de hoek om kwam piepen, wist ik: dit wordt een enkeltje hospice op wielen.
De Rollator-Rally naar drie top circussen. Met de grijze plaag naar de wereld van het topamusement.

Ik stapte die bus in en werd direct gestraald door een walm van tijgerbalsem, pepermuntjes en die typische geur van mensen die al sinds de Watersnoodramp geen raampje meer hebben opengezet.

Ik zat nog geen vijf minuten of een mevrouw naast me, ene Gera of Gea, daar wil ik vanaf zijn, die eruitzag als een verschrompelde rozijn in een ANWB-jack, begon tegen me aan te schreeuwen.
“Heb jij ook zo’n last van vochtige knieën, jongeman?”

Dat jongeman vond ik wel leuk en maakte eigenlijk het hele reisje goed, daar ik onlangs zestig ben geworden.
Zegt trouwens wel wat over de gemiddelde leeftijd in het rijdende bejaardentehuis.
Voordat ik “nee” kon zeggen, zat ik midden in een medisch congres.

Links van me zat Maria, bij leven: dame op het strakke koord, die me een sappig detail vertelde over haar verzakte baarmoeder en achter me zat oud-spreekstalmeester en illusionist meneer de Jong die elke vijf minuten een scheet liet die klonk als een lekkende luchtbedpomp.
“Oeps, dat was de lucht uit m’n darmen weer, haha!” riep hij terwijl de rest van de bus instemmend zat te knikken alsof het de klanken waren van het Roncalli orkest.

De chauffeur, een kerel die waarschijnlijk zelf al drie keer was gereanimeerd, riep door de krakende microfoon: “Even een tussenstop voor de inwendige mens”.
We werden een achterafzaaltje in gedreven waar de gemiddelde hartslag in de ruimte de veertig niet meer haalde.
Ik zat ondertussen serieus te luisteren naar een circusvriend die uitlegde dat zijn linkerbal altijd koud bleef in de winter.

Aangekomen in de stad met de drie te bezoeken circussen: Cirque d’Hiver Bouglione, Les Follies Gruss en Bormann Moreno eerst naar het hotel.
Terwijl de vooroorlogse circusliefhebbers massaal hun pensioen stuksloegen op dekbedden die waarschijnlijk gemaakt waren van gerecyclede tennisballen, zat ik daar weg te kwijnen tussen de steunkousen en de verhalen over kunstheupen die piepten bij oostenwind.

De terugweg was nog erger: dertig oma’s en opa’s  die ruzie maakten over wie de meest belangrijke circusmensen had gesproken terwijl de bus rook naar een oververhit oudevandagenhuis.

Al met al een mooie levensles.
Al wordt de benzine acht euro per liter, ik ga de volgende keer met mijn eigen hondstrouwe Peugeot. Weliswaar ook met een breed scala aan gebreken, maar hij lult er niet over de hele dag.

Tot de volgende keer!

BELANGRIJK

Columnisten hebben de vrijheid om dát te schrijven wat zij schrijven willen. Circusweb respecteert die vrijheid en mengt zich niet in de inhoud van de columns.