Theater.
Hoe uit een zaadje een prachtige plant kan ontstaan.
Wijlen John de Crane was in vroegere jaren de producent van de Bannink/Schmidt-musicals.
In de volksmond werd altijd gesproken over de Annie M.G. Schmidt-musical, maar ik vind het van belang om er Harry Bannink bij te vermelden.
Nederland is het enige land waarbij we de musical toekennen aan de schrijver van de teksten, terwijl overal ter wereld als eerste de componist wordt genoemd. Zo werd er ook altijd gesproken over ‘de nieuwe Jos Brink-musical’, terwijl de componist Henk Bokkinga was.
In het buitenland: de componist first. Andrew Lloyd Webber, Stephen Sondheim en Irving Berlin zijn hier voorbeelden van.
Wat dit met circus te maken heeft? Kom ik nog op.
Hoe iets dus tot stand komt.
Altijd als John de Crane een voorwerp op zijn zolder vond of tegenkwam op een Franse rommelmarkt, ontstond het idee voor een nieuwe musical en ging met dat idee naar Annie. Zo vond hij een keer een oude – met veren beladen – hoofdtooi van een revuedanseres van voor de Tweede Wereldoorlog. Daar is de musical Foxtrot – die inmiddels weer te zien is – uit ontstaan.
Wat het met circus heeft te maken? Blijft natuurlijk nu de vraag.
Ik vind dat circus en theater steeds meer naar elkaar toetrekken, dus voel mij gerechtigd om theater toe te voegen aan mijn columns. Voor mij als schrijver geeft dat meer ruimte en voor de lezers meer variëteit.
Bovendien merk ik dat er voor beide disciplines een overlappende interesse bestaat.
Cirque du Soleil en Circus Theater Roncalli zijn goede voorbeelden, maar er zijn er veel meer op te noemen die aardig wat theatrale trekken hebben gekregen zoals Flic Flac en Monti. Maar ook ons eigen Magic Circus verdient mijns inziens meer de naam theater dan circus.
In 1981 was Rob Ritman zijn tijd ver vooruit met circustheater Mariska waar een verhaal rondom Pipo de Clown werd geïntegreerd in de circusvoorstelling.
En wat te denken van GOA? Het verhaal rondom paarden met circuselementen, geproduceerd door Franz Althoff.
Ook een afwijkende formule en niet zonder succes.Circus zal in de toekomst veel meer een reizende schouwburg zijn, waarbij het zand vervangen word door een verhoogde verharde piste of liever gezegd: podium. Dat zagen we afgelopen jaar al bij Hans Klok and Friends.
Laat uw columnist nu jarenlang interesse hebben in zowel circus als theater, dus jullie zijn een stelletje bofkonten nu van de combinatie te kunnen profiteren.
Bovendien is mijn persoonlijke achtergrond ook die van het theater. Ik heb met mijn magic-act weliswaar een aantal keren in het circus gewerkt maar meer als gastartiest. Bij Karl Kossmayer, grand variété Saltarino en vele malen bij Circus Aladdin.Circus in het theater of andersom is allang geen uitzondering meer en we moeten niet vergeten dat Carré en Scheveningen aanvankelijk circustheaters waren.
Het circus vandaag de dag bestaat vaak voor een groot deel uit clownerie, waarbij Roncalli de boventoon voert. Door het verdwijnen van de dierennummers noodzakelijk om een vol programma te krijgen. Voor veel circussen zou het te duur zijn om twee uur lang louter acts te presenteren, dus: dan maar een clown die in zijn totaliteit drie kwartier vult.
Andersom zagen we al veel artiesten die circusachtige acts transformeerde tot theatershows. Mini en Maxi, Ashton Brothers, clown Totti, David Larible en zoveel meer.Ik begon deze column met het verhaal hoe de musicals van Harrie Bannink en Annie M.G. Schmidt tot stand kwamen en dat is de aanzet tot meer van suks.
Theater circus of Circus theater. Het beestje moet een naam hebben, maar dat de twee de afgelopen veertig jaar een innige verhouding met elkaar hebben gekregen is zeker.
Tot de volgende keer!