Interviews
6 april 2026

Kevin van Geet over het Circuspunt Keurmerk: “Het moet eigenlijk de standaard worden”

Door 7 min leestijd • 6 april 2026

Circusproducent Kevin van Geet behoort tot de eerste ondernemers in Nederland die het Circuspunt Keurmerk ontvingen. Met zijn producties – KerstCircus Etten Leur, Wintercircus Tilburg en de activiteiten van Circus Harlekino – is hij al jarenlang actief in het Nederlandse circusveld.

Het keurmerk van Circuspunt is bedoeld als kwaliteitslabel voor circusorganisaties. Het toont aan dat een organisatie haar bedrijfsvoering professioneel op orde heeft op het gebied van veiligheid, duurzaamheid, fair practice en – indien van toepassing – dierenwelzijn. Daarmee kan het keurmerk helpen bij contacten met gemeenten, partners en andere stakeholders.

Circusweb sprak met Kevin van Geet over het keurmerk. Met zijn uitgesproken visie laat Van  Geet zien dat het Circuspunt Keurmerk volgens hem méér kan zijn dan een label alleen: een instrument om het Nederlandse circus structureel sterker en professioneler te maken.

Wat was voor jou de belangrijkste reden om het keurmerk aan te vragen?

Kevin van Geet: “Voor mij kan het een handig middel zijn om je in kwaliteitszin te onderscheiden van andere organisaties in de branche. Het is een soort stempel op wat je doet. Baat het niet, dan schaadt het niet. Tegelijkertijd kaats ik de bal ook terug naar collega-organisaties: als je wilt dat zo’n keurmerk echt gaat leven, moet het breder worden opgepakt.

Vanuit mijn bestuursrol bij Circuspunt heb ik bovendien mede aan de basis gestaan van de ontwikkeling ervan. Vroeger had de VNCO – de oude branchevereniging – bij gemeenten een bepaalde status. Als je daarbij was aangesloten, gaf dat vertrouwen. Zo’n functie kan het keurmerk nu ook krijgen.”

Hoe heb je het traject van dossieropbouw en beoordeling ervaren?

Kevin: “Het was voor mij ook een spiegel, al waren de vragen niet vreemd omdat ik al meedacht over de opzet. Als je je bedrijf serieus op orde hebt, is veel eigenlijk ‘gesneden koek’.

Veel onderwerpen – denk aan dierenwelzijn of bedrijfsvoering – komen ook terug bij vergunningaanvragen. Kritische vragen horen erbij en versterken uiteindelijk alleen maar het niveau.”

Merk je al effect van het keurmerk in de praktijk, bijvoorbeeld bij gemeenten?

“In plaatsen waar ik al jaren kom, speelt het minder. Daar kan het zijn dat een vergunningverlener of een samenwerkingspartner al een band met mij heeft opgebouwd. En het vertrouwen dat daarin is ontstaan vormt een basis voor een samenwerking.

Maar bij nieuwe gemeenten wordt er wel positief op gereageerd; het toont de betrouwbaarheid en de organisatorische kwaliteit van het circus dat naar een dorp of stad wil komen aan. Een belangrijk onderdeel is ook dat een brancheorganisatie bij klachten daadwerkelijk kan ingrijpen. Als bijvoorbeeld meerdere gemeentes een klacht indienen bij Circuspunt over het circus dat de gemeente bezocht, dan kan het zo zijn dat Circuspunt verder onderzoek doet en het desbetreffende circus het keurmerk ontneemt.

Het keurmerk voegt op diverse fronten extra waarde toe. Tegelijkertijd is het keurmerk nog relatief nieuw en kent niet iedere gemeente het volledig. Het is ook daarom dat Circuspunt zich actief inzet om het keurmerk bekender te maken. Dat gebeurt bijvoorbeeld met publiciteit omtrent nieuwe keurmerk-toekenningen en frequente branche-updates richting gemeentes.”

Waren er onderdelen waarvan je achteraf dacht: hier moeten we scherper op sturen?

Kevin: “Ja, bijvoorbeeld het bijhouden van documentatie zoals tourlijsten en logboeken. Circuspunt vraagt daar expliciet naar. Als je als producent veel alleen doet – zoals dat bij mijn circus, waar ik veel solo doe, het geval is – schiet dat er soms bij in.

Ook op het gebied van dieren zou je zo’n systematische aanpak kunnen hebben, bijvoorbeeld rond dierenarts-bezoeken.”

Is zo’n keurmerk volgens jou noodzakelijk voor de toekomst van het Nederlandse circus?

Kevin: “Ja, want er wordt steeds meer gevraagd van een circusbedrijf. Denk aan duurzaamheid, fair practice en dierenwelzijn. Met een keurmerk kun je laten zien dat je daar serieus mee omgaat.

Ik snap daarom niet helemaal dat het aantal aanvragen nog beperkt is. Juist nu kun je je op deze thema’s profileren.”

Zie je verschil tussen organisaties met en zonder keurmerk?

Kevin: “Niet zwart-wit. Een organisatie met keurmerk is in ieder geval getoetst, dat geeft een bepaalde zekerheid.

Maar dat betekent niet automatisch dat organisaties zonder keurmerk slecht zijn. Het kan aan de ene kant zo zijn dat niet-keurmerk-circussen alles alsnog perfect voor elkaar hebben. En aan de andere kant zitten er tussen circussen zonder keurmerk ook rotte appels.”

Zou het keurmerk op termijn een standaard moeten worden?

Kevin: “Aan de ene kant wel, anders spreek ik de ambitie tegen. Aan de andere kant geloof ik ook in de vrije markt. Maar zichtbaarheid en verbetering van kwaliteit zijn belangrijk. In die zin zou het keurmerk best een soort norm mogen worden.”

Heeft het keurmerk indirect ook voordelen voor artiesten?

Kevin: “Artiesten zijn daar zelf niet zo mee bezig, denk ik. Maar het kan wel effect hebben, bijvoorbeeld doordat je meer garanties kunt geven over betaling of werkomstandigheden. Samengevat kan het keurmerk richting artiesten een signaal zijn dat het keurmerkcircus een serieus bedrijf is, waar je met een gerust hart een samenwerking mee kunt aangaan. Die status heeft het keurmerk nu nog niet volledig richting artiesten, maar dat kan groeien.”

Welke thema’s hebben binnen jouw organisatie de grootste ontwikkeling doorgemaakt?

Kevin: “Duurzaamheid vooral. Er wordt steeds meer van je verwacht als circusbedrijf. Soms slaat dat een tikkie door. In Tilburg produceer ik ieder jaar een Wintercircus aan het begin van het nieuwe jaar. Daar kwamen opeens punten op me af als: wat van A tot Z het horeca-aanbod was voor bezoekers en personeel, of we ook vegetarisch eten hadden voor medewerkers of de vraag of het koffiemerk bij het verkooppunt wel duurzaam was. Ik vond dergelijke aandachtpunten beste bijzonder. Gelukkig is dat nu – na kritiek van meerdere evenementenorganisaties – redelijk teruggedraaid.

Daartegenover staat dat ik bijvoorbeeld ook uitleg moest geven over brandstofgebruik (hoe je efficiënter met aggregaten omgaat) en stroomoplossingen. Relevante vragen, waarbij ik voor de oplossing prettig samenwerkte met de Gemeente Tilburg. Dat we tijdens de speelperiode in Tilburg nu draaien op stadsstroom is bijvoorbeeld een mooie stap. Op deze manier werken we tijdens ons bezoek – los van de kachels – zo zuinig mogelijk. Twintig jaar geleden speelde duurzaamheid nauwelijks een rol, nu kun je je er echt op onderscheiden.”

En hoe zit het met het onderwerp ‘Fair Pay’, kijkend naar het Circuspunt Keurmerk. Als in: de Nederlandse cultuursector werkt bijvoorbeeld met ‘Fair Pay’, een kernwaarde uit de Fair Practice Code. Daarin is bijvoorbeeld vastgelegd dat een artiest op zzp-basis bijvoorbeeld een minimum van €375,- per dag vergoed moet krijgen tijdens een werkdag. Maar er zijn vast en zeker artiesten uit andere landen die andere en lagere loonstandaarden kennen. Het zou best gek zijn als je iemand €375,- moét betalen, terwijl een artiest of medewerker maar €200,- op een dag vraagt.

Hoe pas je dat dan toe bij je eigen circusorganisatie?

Kevin: “Fair Practice en Fair Pay hebben voor mij betrekking op een gevoelskwestie. Dat klinkt wellicht vrijblijvend, maar ik leg dat graag uit.

Het gaat erom dat je op een eerlijke manier een onderhandelingspositie inneemt. En dat je bij het vaststellen van een betalingsafspraak het belang van het bedrijf én dat van de artiest of medewerker op een eerlijke manier bekijkt. Soms faciliteer ik voor medewerkers een accommodatie en draag ik daar de kosten voor. Soms faciliteert de medewerker dat zelf. Dat is bijvoorbeeld een factor die meespeelt.

Je komt in een onderhandeling op een menselijke manier tot een prijs en volgens mij is dát wat het allerbelangrijkste is. Menselijkheid en een eerlijke samenwerking.”

Wat betekent het keurmerk voor jou persoonlijk als producent?

Kevin: “Eigenlijk draai ik het liever om: als je het niet hebt, zegt dat misschien meer. Stilstand is achteruitgang. De eisen van het keurmerk zouden eigenlijk de basisstandaard moeten zijn voor een professioneel circusbedrijf.”

Wat zou je graag verder ontwikkeld zien binnen het keurmerk?

Kevin: “Op papier kun je veel vastleggen, maar de praktijk kan anders zijn. Daarom kent Circuspunt een controlecommissie die het keurkmerk-circus ook op locatie bezoekt.

Van mij mag die controle nog strenger en vaker. Ik kan natuurlijk voor mijn organisatie een plan laten uitschrijven voor iets, bijvoorbeeld een veiligheidsbeleid. Maar… zijn de mensen op locatie ook geïnstrueerd? Kennen zij de richtlijnen?

Bij mij zit dat goed. Want binnen mijn eigen producties organiseren we bijvoorbeeld jaarlijks calamiteitenmeetings met het team. Zulke praktijkvoorbeelden zouden ook in het keurmerkproces een rol kunnen spelen.

Die strengere en frequentere controle op locatie kan natuurlijk ook andersom werken. Dat de commissie op locatie dingen ondervindt (de toiletten zijn niet netjes onderhouden of de het contact met bezoekers kan vriendelijker, etcetera) die voor een verdere verbetering van het keurmerk goed zijn om dat als criteria door te voeren in het keurkmerkproces.

Welk advies geef je collega-producenten die twijfelen?

Kevin: “Ik vat het graag samen in drie woorden: doe het gewoon! Sluit je aan bij de andere circusorganisaties die serieus met circus bezig zijn in Nederland. Het kost weinig; alleen wat tijd voor de aanvraag. En… het levert vooral voordelen op.

Als je de sector wilt versterken en het imago van circus wilt verbeteren, kun je via het keurmerk echt een bijdrage leveren.”