Archieffoto Circusweb

ROTTERDAM – Circus Rotjeknor viert dit jaar een jubileumjaar, 25 jaar jeugdcircus in deze grote stad, die inmiddels bekend staat als de Circusstad van Nederland. Met de jubileumshow die op zaterdag 30 juni plaatsvindt in het Nieuwe Luxor Theater wordt het heuglijke feit gevierd.
Op zoek naar achtergrondinformatie over 25 jaar Rotjeknor ben ik vooral benieuwd naar het persoonlijk verhaal van oprichter Johan Both. Gelukkig laat hij zich na enig aarzelen overhalen tot een interview. 

Wat kun je vertellen over het allereerste begin? Hoe kwam je op het idee een jeugdcircus te beginnen en wat is je achtergrond.

De circusband, foto gevonden op fb pagina Johan Both
NapPas

Johan Both: “Mijn achtergrond heeft helemaal niets met circus te maken. In mijn jeugd ben ik weleens bij Toni Boltini op bezoek geweest toen ze op een veld in mijn geboorteplaats Oud-Beijerland stonden. De kooien met wilde dieren maakten zeker indruk. Ook de circusmensen zelf die zo heel anders waren dan mijn dorpsgenoten. Het was heel interessant om van die ‘vreemde snuiters’ in het dorp te zien. We gingen met het gezin met kerst ook wel eens naar AHOY waarbij de hal zelf net zo veel indruk op mij maakte als het circus. Verder had ik helemaal niets op met het circus.
Pas toen ik 25 was en net was afgestudeerd aan de Pedagogische Academie werd ik door gymdocent Anne Kuipers (nu Hannes en Co Vlaardingen) gevraagd om muziek te maken bij een circusvoorstelling waarbij mensen met een verstandelijke beperking zelf de artiesten waren. Dit spelen van circus vond ik zo leuk dat ik vaker mee ben gaan doen aan deze activiteiten. En als circusmuzikant begon ik me steeds meer ook circusmens te voelen. Ik wilde ook wel op een eenwieler rond kunnen rijden en kunnen jongleren. Ik vond in het Oude Noorden in Rotterdam een groep ‘langdurig werklozen’ die wekelijks jongleerles kregen van Lee Hayes, een straatartiest uit Amsterdam. Ik vond het fantastisch om mijn eerste set eigen kegels te ontvangen. Nu was ik een echte jongleur! En het eenwielfietsen was ook al gelukt”.

Elleboog als voorbeeld

“Heel veel tijd om te oefenen had ik niet want ik stond met een volledige baan voor de klas op een school met Zeer Moeilijk Opvoedbare Kinderen. Het was een zware baan waarbij ik op het schoolplein meer succes had dan voor de klas. Kunstjes maken met ‘meester Johan’ vonden de kinderen heel erg leuk. Helaas werd mijn speelse omgang met de kinderen door de directeur afgewezen. Het zou slecht zijn voor mijn gezag. Ik heb mijn baan opgezegd om net als mijn jongleervrienden ook werkloos te zijn. Ik kwam er snel achter dat ik toch liever aan het werk was. Wat zou het mooi zijn om bij een jeugdcircus te werken, dacht ik. En zo ging ik dus ruim 25 jaar geleden op zoek naar een jeugdcircus in Rotterdam. Het bleek er niet te zijn. In de krant verscheen toen een groot artikel over het 40-jarig bestaan van Circus Elleboog. Het jubileum werd gevierd met een grote show in Carré. Ik was erbij en compleet onder de indruk. Wat fantastisch dat zoiets bestaat! En dat al 40 jaar lang. Ik had toen direct een afspraak gemaakt om langs te gaan in de oefenruimte op de Passeerdersgracht. Ook daar leek ik wel in een droom terecht te zijn gekomen. Elleboog bracht in die tijd het boek ‘Circus in een spel’ uit. Ik heb dat van kaft tot kaft uitgelezen en nog eens en nog eens. Hier stond precies in hoe ik een jeugdcircus zou willen leiden. Met dit boek als handleiding ben ik in Rotterdam begonnen. Of eigenlijk eerst in Dordrecht waar ik via Tejo van den Berg (ook een gymleraar die veel met circus deed) gevraagd ben ook een circuscursus te verzorgen voor de Culturele Educatie. Van Tejo, die zelf ook meegeschreven had aan ‘Circus is een spel’, heb ik de grondbeginselen van de circuslessen geleerd: vooral spelen, heel veel spelen, samenspelen, plezier beleven, uitdagingen aangaan, grenzen verleggen en zo nog meer”.

Het hele circusspel

“In Rotterdam kwam een briefje bij mij terecht van de vader van Lucho Smit. Hij zocht iemand die zijn zoon acrobatiekles kon geven. Ik heb daar op gereageerd en laten weten dat ik liever een hele groep tegelijk lesgeef en ook niet alleen maar acrobatiek. Ik wilde het hele circusspel doceren. De groep is er gekomen en Lucho deed mee. Vanuit deze groep heb ik Circus Rotjeknor opgericht, eindelijk een echt Rotterdams Jeugdcircus!” 

Ethiopische circusartiesten

“In de eerste jaren van Circus Rotjeknor combineerde ik mijn circuslessen nog met een parttimebaan in het onderwijs. Voor de lessen in het weekend mocht ik gebruik maken van de gymzaal van mijn oude opleiding die toen al PABO heette. Het gebouw was aan de Binnenrotte, midden in het centrum van Rotterdam naast de Laurenskerk. Ik had succes met het circus. Er kwamen steeds meer kinderen bij. En iedereen oefende met volle overgave. We hadden namelijk een groep Ethiopische circusartiesten op bezoek gehad en die hadden het vuur bij Circus Rotjeknor enorm aangewakkerd”.

Is circus kunst?

“Vanwege het succes werd het lastiger om het circus te combineren met mijn werk. Maar voordat ik mijn onderwijsbaan op kon zeggen wilde ik wel voldoende financiële ondersteuning voor het circus geregeld hebben. Op zoek naar geld klopte ik aan bij de Kunststichting. Daar werd ik min of meer uitgelachen omdat naar hun idee circus helemaal niets met kunst te maken zou hebben. Ik vatte het op als een uitdaging om waar te maken dat circus wel degelijk een kunstvorm is. Ik had namelijk de Ethiopische circus bezig gezien en ook Cirque Plume had ik meerdere malen bezocht. Ik proefde aan een nieuwe stroming en ging dat verwerken in mijn circuspraktijk. Live muziek, dans, choreografie, theater en spelen, heel veel spelen, dat werden de ingrediënten van Circus Rotjeknor. Ondertussen was ik in Rotterdam alle subsidieloketten al gepasseerd: sport, cultuur, welzijn, onderwijs, deelgemeenten. Overal kreeg ik te horen: ‘Nee, voor circus moet je niet bij ons zijn.’ Het zoeken ging door totdat mijn verhaal terecht kwam bij de toenmalige fractievoorzitter van de Partij van de Arbeid die mij hielp om wat geld los te krijgen uit ‘Algemene middelen’. De kleine jaarlijkse subsidie vond ik voldoende om de uitdaging aan te gaan om mijn baan in het onderwijs op te zeggen. Toen ik al mijn tijd kon besteden aan het circus, ontwikkelde Circus Rotjeknor zich met grote sprongen voorwaarts. De voorstellingen werden beter en mooier. We gingen zelfs regelmatig naar Amsterdam om in De Krakeling te spelen. Van scholen kwam steeds meer vraag naar circusdagen. Ook daarin ontwikkelde Circus Rotjeknor zich snel. En zo bleef het maar groeien”.

Gezamenlijk met Codarts in de Fenixloods

“De gymzaal die we deelden met een basisschool werd te krap. Het zoeken naar een nieuwe oefenruimte veroorzaakte, naar een idee van iemand uit de ‘huisvestingscommissie’ de HBO-circusopleiding bij Codarts. En nu zitten we dan gezamenlijk met Codarts in een omgebouwde loods op Katendrecht”.

Leverancier professionele circusartiesten

“Opvallend veel artiesten van de eerste lichtingen Rotjeknor zijn doorgegaan met het circus. Er is geen jeugdcircus in Nederland dat zoveel professionele circusartiesten heeft voortgebracht dan Circus Rotjeknor. Het is echt iets om trots op te zijn. 

We hebben een speciale oud-artiestenpagina op onze website: https://circusrotjeknor.nl/over-circus-rotjeknor/oud-artiesten/

Opgenomen in cultuurplan

Bij het loket ‘Kunst en Cultuur’ zijn we inmiddels ook al heel ver doorgedrongen. Sinds 2001 is Circus Rotjeknor opgenomen in het Cultuurplan van Rotterdam en circus mag nu volop ‘kunst’ genoemd worden. Rotterdam is nu Circusstad geworden met een jaarlijks terugkerend Circusstad Festival”.


Klik op het plaatje om een filmpje te zien van vader en zoon

 

De hoed en de rand

De jubileumshow met de titel De hoed en de rand zal een mooi overzicht bieden wat Circus Rotjeknor in alle jaren heeft voortgebracht: een terugblik naar oude krakers zoals ‘de dames op de balk’ maar ook hedendaags circus met spectaculaire stunts van de jeugd van tegenwoordig. Natuurlijk doen er aan ‘De hoed en de rand’ ook heel wat professionele circusartiesten mee die hun carrière begonnen zijn bij Circus Rotjeknor. 

Indrukwekkende cast in de jubileumshow: 
Lucho Smit, Michiel van Leeuwen, Harm van der Laan (samen met Maartje), Jasmijn Rubingh (samen met Tobit), Dixie Wanner, Julio Pimentel, Nigel Voets, Joris de Jong, Soesja Pijlman, Nienke Piena, Linda Schumm, Sophie van de Vuurst de Vries (samen met Willem), Niels Duinker en Jorga Lok zijn de professionele circusartiesten die optreden. Dan hebben we nog Yannick Greweldinger (mimespeler), Tom Vollebregt (hoofd techniek) en Femke Monteny (organisatie) die in een andere rol meedoen. En verder doet De Paraplu mee. Dat zijn oud-artiesten die voor een ander beroep gekozen hebben maar nog steeds actief bezig zijn met circus. De ploeg met oud-artiesten die nu professioneel actief zijn, is vrijwel compleet. We missen David Mupanda die met ‘Finestra Aperta’ aan het optreden is in Friesland en Belle Kok die nu de opleiding Acapa volgt.
Een bijzondere act is de zwaaiende trapeze van Nienke Piena. Tom Vollebregt die de techniek verzorgt, vond het wel een uitdaging om de benodigde voorzieningen in het Nieuwe Luxortheater aan te brengen”. 
De voorstelling zal zeer gevarieerd zijn. Soms staat het podium vol met wel tweehonderd circusartiesten en dan weer zie je een solo-act van de allereerste circusartiest van Circus Rotjeknor. 

Live muziek en circus parade

De muziek zal live worden gespeeld door het Groot Niet te Vermijden en ook het kinderkoor ‘Prettig Weekend’ doet mee.

Kom zeker wat eerder naar het theater dan zie je de grote circusparade aan komen lopen. Met veel getrommel en getoeter zal de parade rond 18:00 uur vertrekken vanaf de circusloods op Katendrecht.

Johan Both: “Als verrassing en als klap op de vuurpijl ben ik bezig om een aantal top-circusartiesten uit Ethiopië naar Nederland te halen. Deze artiesten zullen op 8 juli ook optreden op het Amsterdam Roots Festival. Hier staan de acts beschreven: http://amsterdamroots.nl/program/gamo-circus

Trompet

Uiteraard ben ik trompet blijven spelen want zonder die trompet had het allemaal heel anders gelopen.