“Waarom specialiseer je je in de effecten van jongleren op Alzheimerpatiënten?” Was de vraag van een journalist die een weekje met me meeliep. In mijn werk bij mijn circusevenementen en als begeleider van Braintraining bij Alzheimerpatienten.   

Beweging houdt het brein fit

Lichamelijke activiteit is goed voor het brein. Wie kent die reflexen niet, wanneer je bijvoorbeeld iets heets aanraakt? Op dat moment gaat er een signaal naar de hersenen: terugtrekken die hand! Zo’n beweging gaat bijna automatisch. Bijna niemand realiseert zich dat de hersenen de basis vormen voor het aansturen van de spieren.

Bewegen goed is voor het brein. Door (intensieve) inspanning komt in de hersenen een stofje in actie dat niet alleen de vorming van nieuwe hersencellen en de verbindingen daartussen bevordert, maar er gaat ook een preventieve werking vanuit: het helpt hersencellen te overleven. Zo heeft lichamelijke activiteit mogelijk een gunstig effect op het voorkomen van ziekten als die van Parkinson en Alzheimer.

Voor de hersenen is een combinatie van lichamelijke én geestelijke training, het beste.

Die twee moeten samengaan of elkaar afwisselen. Allebei zorgen ze voor een continue reuring in het brein, waarbij cellen met elkaar wedijveren om bij een activiteit betrokken te raken. Bij hersenbeschadiging kan gedeeltelijk herstel ontstaan door zowel het lichaam als de hersenen te trainen. Wie een leven lang intensief heeft bewogen én gedacht – met een gezonde geest in een gezond lichaam – is bijvoorbeeld beter bestand tegen de gevolgen van een beroerte dan iemand die dat niet heeft gedaan. Alle manieren van bewegen een positief effect op het brein, of het nu om voetbal, tai chi of dansen gaat. Bewezen is dat bewegen goed is voor bot- en spiercellen. Bewegen heeft ook een gunstige uitwerking op zenuwcellen. Het Universitair Medisch Centrum te Utrecht doet hier nader onderzoek naar. Eén ding staat vast: dagelijks komen er nieuwe hersencellen en verbindingen bij en worden er oude opgeruimd.

Je bent hoe je beweegt

We hebben zelf in de hand hoe onze hersenen zich ontwikkelen. Je bent hoe je beweegt. Het brein is qua structuur een optelsom van de dingen waartoe we ons hebben gezet. Om een leven lang te kunnen leren, zijn de hersenen voortdurend in ontwikkeling.’

De hersenen hebben verschillende functies. Evenwicht, coördinatie en concentratie zijn de belangrijkste. Door middel van oefeningen kunnen we deze hersenfuncties trainen. Zo zijn wandelen en nordic walking (‘langlaufen’ zonder sneeuw), effectieve middelen om te werken aan meer balans. Van wandelen is al aangetoond dat het helpt tegen depressies. 

 

Bimanuele coordinatie

Binnen de hersenwetenschap wordt de laatste tijd veel studie gedaan naar taken die met twee handen worden uitgevoerd (bimanuele coördinatie). Interessant is dat de bewegingen van de handen niet onafhankelijk van elkaar geschieden, omdat de hersenhelften elkaar beïnvloeden. Dit blijkt bijvoorbeeld uit het ‘spiegelbeweging’- effect, wanneer een jong kind een éénhandige taak moet uitvoeren. Heeft het in allebei de handen een balletje vast, en moet het in één ervan knijpen, dan zal het meestal automatisch ook in het andere knijpen. Beek: ,,Dat is een uiting van communicatie tussen de hersenhelften. Om een dergelijke taak te kunnen uitvoeren, moeten je hersenen deze beïnvloeding leren onderdrukken. Kinderen kunnen dat pas vanaf een jaar of tien, wanneer de verbinding tussen de hersenhelften is volgroeid. Doordat die helften niet onafhankelijk werken, zijn taken waarbij de handen elk een eigen beweging uitvoeren meestal lastig. Denk aan met beide handen een ander ritme drummen of verschillende ruimtelijke figuren maken, of piano spelen met twee handen.’

Onze hersenen vragen erom

De handen op en neer bewegen, en recht tegen elkaar in, zijn bimanuele taken die de mens bevallen. Met andere patronen hebben we meer moeite. Onze hersenen zoeken een bepaalde eenvoud. Dat neemt niet weg dat we zelfs moeilijke taken, zoals jongleren, toch kunnen aanleren. Al is het maar omdat onze hersenen erom vragen.

Jongleren

Ook jongleren is goed voor de hersenen. Bij jongleurs bevindt zich meer grijze stof in de hersenen; het deel van het centraal zenuwstelsel dat de neuronen (zenuwcellen) bevat. Jongleurs gaan handiger om met de verwerking van visuele informatie, zoals het inschatten van afstanden bij het gooien van ballen. Jongleren blijkt dus goed voor het vergroten van inzicht. Bovendien prikkelt het het voorstellingsvermogen, net als musiceren, schilderen en borduren, ook vaardigheden waarbij precieze handcoördinatie samen gaat met concentratie.

 

Er is genoeg informatie te vinden op de computer over de gunstige effecten. Al jonglerend met speciale doelgroepen ontwikkelde ik een methode die jongleren leuk maakt, ook al is het niveau langzaam en niet hoog. Zo ongeveer als mijn eigen niveau was in t begin. Ik was toch al halverwege de vijftig toen ik zelf de jongleermethode onder de knie probeerde te krijgen. Dankzij mijn werk bij een inloophuis voor dak- en thuislozen in Den Haag kreeg ik de kans om af en toe met deze speciale doelgroep te gaan jongleren. En zo kreeg ik steeds meer leuke tussenoefeningen, soms aangereikt door de deelnemers van de workshops. De theorie was er, en nu nog de praktijk. In het verpleegtehuis Mariënhaven in Warmond kreeg ik de kans daadwerkelijk te trainen met groepen Alzheimerpatiënten. Zowel ouderen, als jong dementerenden. En van deze ervaring heb ik enorm veel geleerd. 

Zelf leren jongleren

Over de gunstige werking van jongleren had ik al veel gelezen en gehoord en zelfs gepubliceerd. Het leek me buitengewoon moeilijk, zeker omdat ik bijzonder onhandig ben met circustechnieken. Wat een ander binnen t kwartier leert, daar doe ik weken over. Toen ik er eenmaal aan begon viel het me op dat ik per poging wekelijks een niveau verder kwam. Ik werd na de eerste succesjes nieuwsgierig naar nog meer technieken. Ik kreeg vooral inspiratie dankzij filmpjes via youtube of http://libraryofjuggling.com, die website is fantastisch, dankzij simpele animaties.

Al bijna meteen begon ik met het doorgeven van de jongleerkunst. Ik voelde me eenoog koning. Ik werd als een deskundige beschouwd, omdat de mijn leerlingen er nog minder van wisten. Mijn enthousiasme deed de rest. De eerste jongleerlessen aan buitenstaanders werden gegeven op de werkvloer bij een dagbestedingsproject in Den Haag. Dit vereiste een eenvoudiger lesmethode. Dankzij uitwisseling met andere jongleurs en dankzij de eenjarige BIC opleiding van Circomundo kreeg mijn lesmethode steeds meer vorm.

Alzheimercafé

Vanaf dat ik las dat je met jongleren de ziekte Alzheimer kunt vertragen vroeg ik me af of het mogelijk was om mensen met Alzheimer nog te leren jongleren. Welke technieken moet je daar voor gebruiken, hoe stimuleer je de mensen om te gaan oefenen. In theorie had ik het allemaal uitgedokterd, maar hoe zat het nu met de praktijk. Dat was ook de vraag tijdens een lezing in een Alzheimercafé in Warmond. Ik moest toegeven dat ik nog niet met deze doelgroep had geoefend. Wel met ouderen. Veel reageerden enthousiast door te zeggen dat ze t ook nog konden, en demonstreerden het gooien met 2 ballen tegelijk met 1 hand. Zoals vroeger op school of op straat. Daar komt meteen al een stukje reminiscentie om de hoek kijken. Bij gewone jongleerlessen wordt gereageerd dat dit niet goed is, maar met ouderen pak je dat anders aan. Het is immers een prachtig succesmoment, telkens weer als dit gebeurt. Pas later kan een uitleg volgen dat jongleurs met 2 handen jongleren, immers, als je later beroemd wil worden, moet je sneller kunnen, en met meer ballen, dus kun je beter met 2 handen leren gooien, zo grap ik altijd tijdens de les.

Marienhaven

Bij verpleeg- en verzorgingstehuis Marienhaven in Warmond kreeg ik de kans daadwerkelijk mijn technieken in de praktijk uit te proberen met bewoners met dementie die ver over de 70 waren. Moeilijkheidsgraad is dat deze mensen allemaal zittend oefenen. Tijdens de wekelijkse gymlessen werden armen en benen gestrekt, en werd gegooid en gevangen met grotere ballen. In korte tijd heb ik hier ontzettend veel kunnen leren.

Verfijnde motoriek

Met de kleinere jongleerballen heb je meteen een verfijnde motoriek nodig. In het begin werd alleen getraind in het gooien en mikken van de ballen. Hiervoor heb ik 3 clownspanelen laten maken, waarbij door middel van het mikken van de bal de clowns omgegooid moeten worden. Vooral het plezier in het oefenen staat hierbij voorop. De deelnemers leren elke week iets bij, en hoewel ze me niet herkennen, kunnen ze elke week beter gooien en vangen dan de keer ervoor. Zelfs na enkele weken pauze was het niveau niet teruggelopen. De meesten gooien nu met 2 ballen, maar nog niet met 2 handen tegelijkertijd. Eigenlijk zou je dan elke dag moeten komen jongleren, en daarvoor zijn er met deze groep geen mogelijkheden.

Jammer is dat deze mensen maar eens in de week gaan gymmen. In de moderne dementiezorg zou het zo moeten zijn dat mensen dagelijks een half uurtje gaan bewegen, al is het maar in de huiskamer. Sommigen zijn zo stijf als een plank. Zo kunnen ze zich niet meer half omdraaien of achterom kijken. 

Jongdementerenden

Na drie maanden gewerkt te hebben met de inwonende mensen bij Marienhaven mag voor t eerst groep jong dementerenden op de dagopvang gaan trainen.

Bewegen met deze doelgroep is veel lastiger om te leren jongleren, de meesten zijn a-praktisch, zo hoor ik van het hoofd van de afdeling. Ik verzeker haar dat ik niet zo gauw voor een gat gevangen ben.. Meestal verzin ik er wel wat op. “A-praktisch is het niet kunnen uitvoeren van bepaalde handelingen”, zo staat summier op internet. Zonder voorbeelden, dus ik wacht maar af.

Nadat iedereen is uitgelegd wat de bedoeling is, gaan alle deelnemers enthousiast aan de slag. Een heel andere activiteit dan ze gewend zijn. De bal een stukje opgooien is voor de meesten nog een makkie, maar er zijn twee deelnemers aan dit project die echt worstelen met het A-praktische. Stel, je hebt een bal in de hand, lekker vastgeklemd, en dan krijg je de opdracht hem weg te gooien. Hoe deed je dat ook al weer. Meteen een hoog niveauverschil in de groep, en dat maakt het voor de achterblijvers reuze lastig. Een van de deelnemers komt zelfs zo ver dat hij met 2 ballen kan jongleren, de goede handbeweging zit er binnen het uur in. Een paar sessies later zien we ook vorderingen bij de mensen die in het begin achter bleven. Het lerend vermogen van mensen met dementie, dat is hierbij weer merkbaar.

Werken met andere groepen

Soms vind je elkaar bij toeval. Al jonglerend in de winkelpassage van Katwijk ontmoet ik iemand die werkzaam is bij een andere instelling.  Deze mevrouw wordt reuze enthousiast van mijn aanbod om daar eens een keertje te komen spelen met haar bewoners. Ook een mooie gelegenheid voor die journalist die in mijn schaduw meeliep die week om daar te gaan kijken. Naast werken met balletjes is het ook leuk om te werken met flowersticks, diabolo’s enz. Het gaat tenslotte om bewegen, en werken met flowersticks is erg populair. 

 

Je leert beter de combinatie van afstand en snelheid in te schatten.

Wie gaat jongleren, gaat zonder het te beseffen oefenen in het inschatten van afstand en snelheid. Als je de bal van de ene naar de andere hand gooit, blijf je kijken naar de plek waar de jongleerbal een keerpunt heeft. Automatisch ga je dan met je hand naar de plek waar de bal zal neerkomen. Je hersenen berekenen dit allemaal heel snel. Bij sommige beginners zie je dan ook dat het een tijdje duurt voordat de bal weer automatisch gevangen wordt. Maar ben je hier een paar weken mee bezig, dan is dat automatisme er gewoon weer. Ik ben er zeker van dat wie gaat jongleren, en gaat oefenen in het inschatten, dat deze ook de inschatting op de weg gaat verbeteren. Waar een simpel balspelletje niet allemaal toe kan leiden. 

Wil je meer weten over het werken met Alzheimerpatienten en bewegen? Dan kun je meer lezen op de website www.alzheimerinbeweging.nl 

Benieuwd naar het krantenartikel, klik hier op deze link om de pdf te downloaden circusacts_krantenartikel